

Het mennen: recreatie- en breedtesport.
Mennen is een bijzondere tak van paardensport. Het mennen kun je recreatief beoefenen, maar u kunt ook in wedstrijdverband rijden.
In de breedtesport kennen we de wedstrijden dressuur en vaardigheid, de samengestelde menwedstrijden en de competities voor authentiek gerij.
Het mendistrict Noord is het aanspreekpunt voor de beoefenaren en wedstrijdorganiserende verenigingen in de breedtesport in de provincies Drenthe, Friesland, Groningen en Rutten (N.O.).
Hierna vindt u meer informatie over de diverse mendisciplines.
Mennen is een mooie tak van paardensport. Maar er komt veel bij kijken. Het paard is een levend wezen en met leren mennen alleen bent u er niet! Hoe reageert een paard op vreemde situaties en voorwerpen. Hoe verzorg ik het tuig en hoe weet ik of het goed gaat.
Op deze en vele andere vragen leert u het antwoord geven als u de cursus koetsiersbewijs volgt. En om te weten of u het goed doet kunt u zich het best laten begeleiden door een meninstructeur. Deze zal dan ook extra aandacht besteden aan het rijden op zich, en het rijden in het verkeer. Met een rijtuig behoort u immers tot de verkeersdeelnemer.
Onder de knop ‘handige links’op deze site kunt u zoeken naar de mogelijkheden voor deze cursus.
Als u geslaagd bent voor het koetsiersbewijs weet u in ieder geval waar men het over heeft, en kunt u zich verder gaan oriënteren op wat de mogelijkheden zijn. U zou zich aan kunnen sluiten bij een vereniging van het authentiek gerij, of lekker door de bossen rijden en u kan lid worden van een menvereniging waarbij u dan les krijgt van een meninstructeur. De keus is aan u!
Het belang dat wij als mendistrict hieraan hechten is dat mensen goed leren rijden en de materialen goed onderhouden omdat er zowel recreatief als in de wedstrijdsport nogal wat ongelukken gebeuren door onoplettendheid en onwetendheid.
Bij de dressuur wordt een proef gereden die uit allerlei verplichte figuren bestaat.
Het geheel wordt afhankelijk van welke klasse men rijd op 30 of meer verschillende onderdelen beoordeeld door een jury. Per onderdeel worden punten toegekend. Is het geheel voldoende ( d.w.z. gemiddeld een 6 ), dan heeft het team een winstpunt.
Zodra er voldoende winstpunten bij elkaar zijn gereden, gaat de combinatie over naar een hogere klasse. De dressuur kent de klassen B, L, M, Z en ZZ.
Vaardigheid
Bij de vaardigheid wordt een parcours uitgezet met maximaal 29 doorgangen (poort) waarop ballen zijn gelegd ( de kegels die de poort vormen lijken veel op pylonen die bij wegwerkzaamheden worden gebruikt ). Het is de bedoeling om het parcours foutloos, in de juiste volgorde en binnen de gestelde tijd af te leggen. Wordt er een kegel geraakt waardoor er een bal afvalt levert dit 3 strafpunten op (per poort). Ook bij te laat finishen krijgt men strafpunten.
Foutloos rijden levert 2 winstpunten op. Ook hier geldt dat bij voldoende winstpunten de combinatie naar een hogere klasse. Bij de vaardigheid kennen we de klassen L, M , Z en ZZ.
De breedte van de te rijden poorten ( hindernissen ) is de breedte van de koets gemeten bij de achterwielen plus :
enkel- en tweespan:
klasse L plus 25 cm
klasse M plus 20 cm
klasse Z plus 20 cm
klasse ZZ plus 20 cm
De samengestelde menwedstrijd (SGWM)
Bij de samengestelde menwedstrijd neemt een aanspanning deel aan drie verschillende wedstrijdonderdelen. Het resultaat van deze drie onderdelen gezamenlijk, bepaalt het eindklassement; vandaar de term ‘samengesteld’.
De drie onderdelen zijn: dressuur, marathon en vaardigheid. De meeste samengestelde wedstrijden worden in twee dagen verreden; dan vinden dressuur en vaardigheid plaats op de eerste dag en de marathon op de tweede dag. Het komt ook voor dat alle onderdelen op één dag plaatsvinden.
In de basiswedstrijdsport zijn er verschillende klassen: de klassen 1, 2 en 3. Een hogere klasse, betekent een hogere moeilijkheidsgraad in de dressuur, kortere toegestane trajecttijden in de marathon en smallere doorgangen in de vaardigheid.
Een samengestelde wedstrijd bestaat dus uit :
De dressuur : proef A
Het onderdeel dressuur wordt nationaal en international verreden in een ring van 100 x 40, voor de klasse 1, 2 en 3 mag een kleinere ring met de afmeting 80 x 40. De proef duurt ongeveer 8 minuten en alle deelnemers rijden per rubriek dezelfde proef. De deelnemers worden beoordeeld door twee of drie juryleden beoordeeld. De dressuur is bedoeld om de rust, de regelmaat van de gangen, de harmonie, de soepelheid, de drang naar voren en de juiste houding van de paarden in beweging te beoordelen. Tevens wordt de deelnemer beoordeeld op zijn stijl van rijden, nauwkeurigheid van de figuren en zijn beheersing van het span, uiterlijke verzorging van de rijder en de groom (s), de conditie,de onderlinge overeenstemming en verzorging van de paarden,het tuig en het rijtuig.
De marathon : proef B
De marathon, ook wel uithoudingsproef genoemd, is het zwaarste en meest spectaculaire wedstrijdonderdeel. Het te rijden traject is maximaal 18 kilometer lang en heeft drie fasen. Het eerste gedeelte is het A-traject dat 5 tot 8 kilometer lang is. Dit traject moet worden afgelegd in een vastgestelde snelheid; deze snelheid is ook weer afhankelijk van de klasse en het feit of er met pony’s of paarden wordt gereden. Daarna volgt traject B dat bestaat uit een kilometer stappen. Te laat finishen in de trajecten levert strafpunten op, maar te vroeg ook. Hier ligt een belangrijke taak voor de groom ( = de persoon achterop het rijtuig) om aan de hand van tabellen en de stopwatch aanwijzingen te geven aan de koetsier.
Het laatste traject is het E-traject. Dit is 6 tot 9 kilometer lang en in dit traject zijn tevens 6 tot 8 vaste hindernissen opgenomen die zonder fouten en zo snel mogelijk genomen moeten worden. Elke seconde in de hindernis levert strafpunten op en ook het in verkeerde volgorde rijden van de diverse poortjes die in elke hindernis zijn opgenomen, elke hindernis bestaat meestal uit 6 doorgangen t.w. A t/m F.
Om dit snel en foutloos te kunnen doen wordt voorafgaande aan de wedstrijd elke hindernis uitgebreid verkend en maken koetsier en groom samen een plan hoe elke hindernis het beste gereden kan worden. Tijdens het rijden van de hindernis treedt de groom als navigator op en heeft de (fysiek) zware taak om het rijtuig in balans te houden, wat door de snelheid waarmee wordt gereden een hele klus is. In de hindernissen gelden nog een aantal extra spelregels. Bij overtreding hiervan kan men extra strafpunten oplopen. Hierbij moet gedacht worden aan: afrijden van magneetpaaltjes; beide voeten op de grond van de groom(s); koetsier op de grond; herstelde en niet herstelde fout in het parcours; het omslaan van het rijtuig en het neerleggen van de zweep.
Voor het publiek zijn deze hindernissen het meest spectaculair en voor de paarden, de koetsier en de groom(s) het zwaarste onderdeel van de wedstrijd. Tijdens de verplichte rust in de marathon en na de finish worden de paarden daarom gecontroleerd door een dierenarts.
De vaardigheid : proef C
Het laatste onderdeel van de samengestelde menwedstrijd is de vaardigheidsproef, een proef die een beetje te vergelijken is met een springparcours van een concours hippique.
De vaardigheidsproef is bedoelt om de conditie, de gehoorzaamheid en de soepelheid van de paarden na de marathon te toetsen, alsmede de behendigheid en het vakmanschap van de rijder te beoordelen.
Het parcours is 500 tot 800 meter lang en bestaat uit maximaal 20 hindernissen.
Deze worden gemarkeerd met oranje kegels waarop een bal rust. De afstand (spoorbreedte) tussen de kegels wordt bepaald naar de klasse waarin men rijdt. Het parcours moet met een gemiddelde snelheid worden afgelegd en dit kan per rubriek verschillen.
Wanneer een deelnemer bijvoorbeeld een of meerdere ballen afwerpt (per poort maximaal 3 strafpunten) of de toegestane tijd overschrijdt, dan krijgt hij daarvoor strafpunten.
Een deelnemer wordt uitgesloten van deelname indien deze een poort mist of deze van de verkeerde zijde wordt gereden.
De resultaten van proef A, B en C worden bij elkaar opgeteld en bepalen het eindklassement van de samengestelde wedstrijd.
Op basis van het aantal ( straf ) punten bij alle onderdelen van de samengestelde wedstrijd kunnen ook hier winstpunten worden verdiend. Afhankelijk van het aantal behaalde punten vindt degradatie of promotie naar een andere klasse plaats. We kennen hierbij de klasse 1,2, 3 en 4, waarbij in klasse 4 ook internationaal gestart mag worden.